Italiano facile

26 maart 2017
door Regina Coeli

U kent meer Italiaans dan u denkt. Behalve in de keuken – met woorden als: carpaccio, spaghetti, ravioli, al dente enz. - en in de muziek – piano, allegro, andante -, is ook het dagelijks Nederlands doorspekt met ‘Italiaanse’ woorden, die natuurlijk grotendeels afkomstig zijn uit het Latijn.

Probeert u de volgende zinnen maar eens te lezen. Wij zijn er van overtuigd dat u de meeste volledig kunt begrijpen. 

Tip: Probeer tijdens het lezen ook links te leggen met andere talen dan het Nederlands, bijvoorbeeld het Engels en/of Frans.

 

A. 

1. L’avvocato difende i criminali in tribunale.
2. La segretaria telefona al direttore della banca.
3. Il cuoco prepara le lasagne al ristorante.
4. L’ingegnere costruisce le autostrade.
5. L’architetto progetta un teatro a Venezia.
6. Il Presidente d’Italia abita a Roma.
7. Il dottore visita i pazienti in ospedale.
8. I ministri sono al parlamento.
9. Il console olandese rappresenta l’Olanda in Italia.
10. I docenti sono a scuola.

B.
1. La situazione non è normale.
2. L’informazione è necessaria.
3. L’operazione è un successo.
4. L’organizzazione generale è buona.
5. La conversazione con il professore è interessante.
6. Alla televisione lavorano molti artisti.
7. L’emigrazione è un problema.
8. In Mali c’è la rivoluzione.
9. È una riproduzione di Van Gogh.
10. Paolo possiede una collezione di orologi.

Niet zo moeilijk toch? Wordt vervolgd! Ter controle zetten we de vertalingen hieronder:

A.
1. De advocaat verdedigt de criminelen in de rechtbank.
2. De secretaresse belt de bankdirecteur.
3. De kok maakt lasagna klaar in het restaurant.
4. De ingenieur bouwt de autobanen.
5. De architect ontwerpt een theater in Venetië.
6. De President van Italië woont in Rome.
7. De dokter onderzoekt de patiënten in het ziekenhuis.
8. De ministers zijn in het parlement.
9. De Nederlandse consul vertegenwoordigt Nederland in Italië.
10. De docenten zijn op school.


B.
1. De situatie is niet normaal.
2. (De) informatie is noodzakelijk.
3. De operatie is een succes.
4. De algemene organisatie is goed.
5. De conversatie met de leraar ( of: met de professor) is interessant.
6. Bij de televisie werken veel artiesten.
7. (De) emigratie is een probleem.
8. In Mali is er een revolutie.
9. Het is een reproductie van Van Gogh.
10. Paolo bezit een verzameling (collectie) horloges.


Deel deze pagina

Wilt u Italiaans leren?

Het is leuk om te lezen over de Italiaanse taal, maar het is nog leuker als u zelf Italiaans spreekt! Bij Regina Coeli leert u de taal en cultuur van onze native speakers. Geïnteresseerd? Neem contact met ons op.

Blijf op de hoogte

Bent u geïnteresseerd in taal en carrière? Meldt u zich dan aan voor de nieuwsbrief van Regina Coeli en u ontvangt maandelijks onze laatste blogberichten in uw mailbox.