Leer de taal van je vakantieland: zo begin je gewoon zelf

door Regina Coeli

Op vakantie ligt een nieuwe taal letterlijk voor het oprapen. Op de menukaart van dat kleine restaurantje. Op het bord bij de bakker. In het praatje tussen de ober en de tafel naast je. Op verpakkingen in de supermarkt, posters in de straat en omroepberichten op het station.

Je hoeft geen taalcursus te volgen om de eerste woorden op te pikken. Met een beetje nieuwsgierigheid kom je verrassend ver. Kijk om je heen, luister goed, probeer iets uit en merk wat er gebeurt. Voor je het weet herken je woorden, durf je iets te bestellen of begrijp je ineens wat dat bord betekent.

Natuurlijk leer je de taal zo niet vloeiend, maar je kunt wel de deur naar de taal op een kiertje zetten. Genoeg om er op vakantie al plezier van te hebben.

Laat je nieuwsgierigheid het werk doen

Een nieuwe taal leren begint vaak niet met een boek, maar met een vraag. Wat betekent dat woord dat je overal ziet? Hoe vraagt iemand om de rekening? Waarom zegt de bakker steeds dezelfde zin tegen klanten? Wat staat er precies op die verpakking?

Wie nieuwsgierig kijkt en luistert, leert vanzelf gerichter. Je gaat patronen herkennen. Je ziet woorden terugkomen. Je hoort vaste zinnen. En omdat je de taal meteen koppelt aan een plek, persoon of ervaring, blijft ze beter hangen.

Begin met woorden die meteen iets opleveren

Als je net begint met een taal, hoef je niet te starten met grammatica of lange zinnen. Begin met woorden die meteen iets doen in het contact met anderen.

Denk aan begroeten, bedanken, iets vragen of waardering tonen. Die kun je tijdens je vakantie volop gebruiken. Je laat zien dat je moeite doet en dat kunnen veel mensen erg waarderen.

Leer bijvoorbeeld eerst hoe je zegt:

  • goedemorgen
  • dankuwel
  • alstublieft
  • sorry
  • tot ziens
  • het was heerlijk
  • wat een mooie plek
  • spreekt u Engels?


Je uitspraak hoeft niet perfect te zijn. Het feit dat je het probeert, doet al veel.


Leer de taal van vandaag

Probeer op vakantie niet meteen alles op te pikken. Kies liever één concrete situatie die je vandaag gaat tegenkomen. Ga je uit eten? Leer dan hoe je iets bestelt, vraagt wat iemand aanraadt en om de rekening vraagt. Ga je naar de markt? Leer hoe je vraagt wat iets kost of hoe iets heet. Reis je met de trein? Leer woorden als perron, vertrek, aankomst en vertraging.

Door te leren wat je direct kunt gebruiken, blijft de taal beter hangen. Je koppelt woorden aan een ervaring. En dat is veel krachtiger dan losse woordjes uit je hoofd leren.

Gebruik je omgeving als levend woordenboek

Je vakantiebestemming is eigenlijk één groot woordenboek. Je hoeft het niet eens open te slaan. Informatieborden, foldertjes, menukaarten, kassabonnen, een tekst in een etalage.... Het zijn allemaal kleine taallessen. Door de context kun je vaak al raden wat iets betekent. Een bordje op een winkeldeur betekent meestal open of gesloten.


Laat je helpen door een vertaalapp

Een vertaalapp kan heel handig zijn op vakantie. Je kunt snel een woord controleren, de uitspraak beluisteren of een bord of menukaart beter begrijpen. Maar gebruik zo’n app bij voorkeur als vangnet, niet als automatische piloot.

Probeer eerst zelf te ontdekken wat je herkent. Lijkt het woord op iets uit het Nederlands, Engels of een andere taal die je kent? Helpt de situatie je om de betekenis te raden? Begrijp je misschien niet elk woord, maar wel de strekking?

Controleer daarna pas met een vertaalapp. Op die manier blijft je brein actief en leer je meer dan wanneer je alles meteen laat vertalen.

Handige manieren om een vertaalapp te gebruiken:

  • luister naar de uitspraak en zeg het woord hardop na
  • controleer een woord dat je meerdere keren tegenkomt
  • vertaal een korte zin die je echt wilt gebruiken
  • gebruik de camerafunctie om een bord of menukaart beter te begrijpen
  • sla woorden op die je later opnieuw wilt oefenen.


Neem gerust een taalgidsje mee

Een klein taalgidsje lijkt misschien ouderwets, maar op vakantie kan het juist heel praktisch zijn. Het is overzichtelijk, rustig en vaak ingedeeld per situatie: restaurant, hotel, onderweg, winkelen, noodgevallen.

Gebruik het niet als studieboek dat je van voor naar achter moet doorwerken. Gebruik het als voorbereiding op wat je die dag wilt durven zeggen. Ga je lunchen? Bekijk dan de restaurantzinnen. Ga je met de bus? Zoek de belangrijkste reistermen op. Wil je iets kopen op de markt? Leer één of twee zinnen die je meteen kunt gebruiken.

Het voordeel van een taalgidsje is dat je vaak complete zinnen ziet, niet alleen losse woorden. Daardoor leer je sneller hoe mensen iets echt zeggen.


Luister hoe locals het zeggen

Een van de beste manieren om een taal te leren, is simpelweg luisteren naar mensen die de taal spreken. Hoe begroet de bakker zijn klanten? Hoe bestelt iemand koffie? Wat zegt iemand bij het afrekenen? Hoe bedanken mensen elkaar?
Op vakantie hoor je zulke zinnen de hele dag. Kies er af en toe één uit en probeer die later zelf te gebruiken.

Spreek eenvoudig en zie wat er gebeurt

Veel mensen wachten met spreken totdat ze zeker weten dat ze het goed zeggen. Op vakantie is het beter om klein te beginnen. Maak je een fout? Dan is dat niet erg. De meeste mensen waarderen het dat je hun taal probeert te spreken. Vaak helpen ze je vanzelf met het juiste woord of de juiste uitspraak. Taal leren gaat vooral over durven.


Maak van elke vakantiedag één klein taalmoment

Je hoeft geen vast studieprogramma te volgen om vooruitgang te merken. Maak er liever een kleine gewoonte van.

Kies bijvoorbeeld elke dag één taalmoment:

  • bestel je eerste drankje in de lokale taal
  • leer drie woorden van de menukaart
  • lees een informatiebord voordat je de vertaling bekijkt
  • vraag iemand hoe je een woord uitspreekt
  • geef een compliment in de taal van het land
  • luister bewust naar een gesprek om je heen
  • schrijf één zin op die je die dag hebt geleerd.


Wil je nog meer korte oefeningen? Bekijk dan ook onze 7 taalchallenges van 5 minuten voor op vakantie.


En bij talen met een ander schrift?

Bij talen met een vertrouwd alfabet, zoals Spaans, Italiaans, Frans, Portugees of Duits, kun je vaak snel woorden herkennen op borden en menukaarten. Bij talen met een ander schrift, zoals Grieks of Arabisch, is de eerste stap een stuk ingewikkelder.

Dat betekent niet dat je er niets mee kunt. Begin met een paar woorden visueel herkennen. Bijvoorbeeld de woorden voor ingang, uitgang, restaurant, toilet, dankuwel of hallo.

Van vakantiewoorden naar hele gesprekken

Misschien blijft de taal alleen een vakantieliefde, maar als je vaker naar het land gaat – bijvoorbeeld als je er een tweede huis hebt of als er familie woont – dan kan het nuttig zijn om de taal na je vakantie echt goed te gaan leren.

Bij Regina Coeli - ook bekend als 'de Nonnen van Vught'-  leren native speakers je graag de taal en de culturele finesses om op te gaan in de lokale bevolking.

Bekijk de taaltrainingen
Van vakantiewoorden naar hele gesprekken
Ben je geïnteresseerd in taal en carrière?

Meld je dan aan voor de nieuwsbrief van Regina Coeli en ontvang maandelijks onze laatste blogberichten in je mailbox.