Vier manieren om een apostrof te gebruiken

26 maart 2017
door Regina Coeli

Wanneer gebruik je een apostrof in het Nederlands. Daarover bestaat veel verwarring. Genoeg reden om deze hooggeplaatste komma in de schijnwerpers te zetten. 

1. In een meervoudsvorm van een woord

Fotos rijmt op bos, maar het woord foto’s klinkt als boos. Wat een verschil kan de apostrof maken! Je plaatst de apostrof gevolgd door een s alleen om een klinker aan het eind van een woord lang te houden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij alinea’s, taxi’s, tutu’s maar ook bij jury’s. Als het voor de uitspraak niet uitmaakt, laat je de apostrof achterwege: bureaus, garages, essays.

2. Om bezit aan te duiden

Maakt het iets uit voor de uitspraak? Diezelfde vraag kun je stellen om te bepalen of je een apostrof plaatst bij een bezitsaanduiding. Zo schrijf je Annekes jas en Otto’s jas. Als het woord al eindigt op een s of een andere sisklank (bijvoorbeeld ce en sh) plaats je alleen een apostrof achter het woord. De jas van Guus wordt dan Guus’ jas.

3. Verkleinwoorden

Woorden die eindigen op een medeklinker gevolgd door y of op een u die uitgesproken wordt als ‘oe’, krijgen in de verkleinende vorm een apostrof. Voorbeelden van deze woorden zijn: baby’tje en tiramisu’tje. Bij woorden die eindigen op een andere lange klinker, verdubbelt de klinker: kommaatje, mamaatje, autootje, cafeetje…

4. Ter vervanging van één of meerdere letters

’s Ochtends, zo’n, z’n, A’dam, ‘t. Het zijn allemaal voorbeelden van woorden waarin een apostrof één of meerdere letters vervangt. Staat een apostrof aan het begin van de zin (zoals bij dit artikel het geval is), dan wordt deze niet direct gevolgd door een hoofdletter. Het kapitaal volgt na de eerste spatie.


Nieuwsgierig

naar onze trainingen schrijfvaardigheid?

Deel deze pagina


Blijf op de hoogte

Bent u geïnteresseerd in taal en carrière? Meldt u zich dan aan voor de nieuwsbrief van Regina Coeli en u ontvangt maandelijks onze laatste blogberichten in uw mailbox.